Regisseur Kat Steppe balanceert op de grens tussen fictie en realiteit

Met ‘Zondag de Negenste’ stelt regisseur Kat Steppe haar langspeeldebuut op FFO26 voor. De film schetst een aangrijpend portret over de impact van dementie en balanceert op de grens tussen documentaire en fictie. Tijdens een open en persoonlijk gesprek met influencer, content creator en mantelzorger Anna-Livia Smekens ging de regisseur dieper in op het maakproces van haar film. Ze sprak onder meer over moeilijke keuzes, de delicate balans tussen nabijheid en afstand, en de artistieke en ethische uitdagingen van haar debuut.

Wanneer fictie en documentaire versmelten

‘Zondag De Negenste’ brengt het aangrijpende verhaal van de broers Horst en Franz, die elkaar na lange tijd opnieuw ontmoeten in het woonzorgcentrum waar Horst verblijft. Hoewel hij lijdt aan dementie, brengt het weerzien heel wat herinneringen boven. De opnames vonden plaats in woonzorgcentrum OLV Antwerpen, waar de bewoners en het personeel naast professionele acteurs als Josse De Pauw en Peter Van den Begin voor de camera verschijnen. Door deze aparte opstelling was er een andere aanpak nodig dan bij een normale fictiefilm. Kat moest iets bovenhalen dat veel regisseurs niet gegeven is: tijd, aandacht en zorg. 

De regisseur leerde de bewoners al zes maanden voor de opnames kennen, toen ze zelf meedraaide als vrijwilliger in het WZV. Daarnaast werkte ze voor elk personage een ‘karakterbijbel’ uit. Die voorbereiding bepaalde vervolgens het ritme en de ethiek op de set. Scènes werden opgebouwd vanuit de bewoners zelf, en de acteurs pasten zich vervolgens aan hen aan. Dankzij deze unieke aanpak werd het een film met een hoge graad van authenticiteit en menselijkheid. 

Van bij het begin was het de bedoeling om zo te werken. De aanwezigheid van echte mensen zorgt voor een dramatisch element dat onder de huid kruipt. Impact kan op verschillende manieren ontstaan: bij documentaire is die vrijwel onmiddellijk, omdat je weet dat het echt is. Bij fictie vraagt dat iets meer tijd, omdat je weet dat het acteurs zijn. Door met beide vormen te spelen, zoek ik bewust naar the best of both worlds, en daar wil ik nog verder in blijven experimenteren.

Ook in haar eerdere projecten (televisieprogramma’s zoals ‘Goed Volk’ en ‘Taboe’) zijn altijd fictieve elementen aanwezig geweest. Het was dus een natuurlijk proces om documentaire en fictie te laten samenvloeien, al sluit Kat een volledige fictiefilm zeker niet uit. “Toch zal er altijd een kern van waarheid in mijn films blijven doorschemeren, want de mooiste fictie komt uit het echte leven.”. 

Kat Steppe

Een samenspel van kleur en geluid

Als regisseur moest Kat niet alleen nadenken over het verhaal en de personages, maar ook over cinematografische elementen als beeld en geluid. Tot haar verbazing was vooral dat laatste van groot belang om de gepaste sfeer te creëren en de verhaallijn de juiste richting uit te sturen. 

Ook via kleur ondersteunde Kat het verhaal en de personages. Zo werden de muren blauw geschilderd en droegen de personages vaak blauwe kledij. Blauw is een ijle, afstandelijke kleur die los staat van het gemoed en het ongrijpbare onderstreept. Daartegenover staat de rode joggingbroek van hoofdpersonage Horst symbool voor gevaar en weerstand. Het moment waarop hij aan het einde van de film die rode broek zonder verzet aantrekt, markeert zijn verdere afglijden. Volgens Kat een subtiele, maar veelzeggende verschuiving.

Een uniek project, ook voor acteurs en publiek

Dat ‘Zondag de Negenste’ een unieke film is, werd eerder in deze Auteur Talk al duidelijk. Maar ook de acteurs zullen dit project niet snel vergeten. Voor Josse De Pauw betekende zijn rol als Horst een ontmoeting met leeftijdsgenoten in een woonzorgcentrum. Die ervaring was zeker niet vanzelfsprekend en soms zelfs confronterend. Ook Peter Van den Begin botste op grenzen: zijn personage Franz dwong hem soms tot een hardheid die verder ging dan zijn eigen intentie. Gelukkig resulteerde dat alles in een warme film die oproept tot verbinding en empathie. 

Kat Steppe

Vooral tijdens de montage - dus na het filmen - werd het duidelijk hoeveel liefde er eigenlijk aanwezig was in het woonzorgcentrum. Door afstand te nemen van het moment ontstond er ruimte voor reflectie en groeide bij iedereen het besef dat deze mensen aandacht nodig hebben, en die ook verdienen.

Op 17 februari wordt ‘Zondag de Negenste’ tweemaal vertoond in het woonzorgcentrum waar de film werd opgenomen. Ook voor de toekomst wordt verwacht dat de film zijn weg zal vinden naar andere woonzorgcentra. De reacties uit de sector zijn alvast positief: de film wordt als verhelderend ervaren en biedt een uniek inzicht in hoe mensen met dementie zich vaak bewust zijn van hun eigen toestand. Het verhaal onderstreept hoe essentieel tijd, aandacht en dialoog blijven, ook al is dat niet altijd evident. 

‘Zondag de Negenste’ is vanaf 11 februari te zien voor het grote publiek in de bioscoop.

Redactie
Jan Haubrechts (Eindredactie: Hannelore Gheldof)