- nl
- en
Hoe gaat een boekverfilming in zijn werk en waar liggen de grootste uitdagingen? Dat was de insteek van het panelgesprek in de Grote Post, georganiseerd door SABAM. Vier makers vertelden over hun meest recente boekverfilmingen om het publiek een inkijk te geven in de wereld van literaire adaptaties. Peter Krüger (‘The Age of Magic’ van Ben Okri) nam plaats naast Daniel Lambo (‘Dievenschool’ van Dirk Nielandt) en het regisseursduo Bavo Defurne en Yves Verbraeken (‘Kartonnen Dozen’ van Tom Lanoye).
“Hoewel ik als regisseur uit verschillende hoeken de tip kreeg om zeker nooit samen te werken met de schrijver van het boek, deed ik het toch.”, steekt Peter Krüger van wal. Hij werkte voor eerdere projecten al samen met auteur Ben Okri en dus was dat bij ‘The Age of Magic’ niet anders. Hoewel zo’n samenwerking vaak wordt beschouwd als een risico, vormde het bij dit duo geen struikelblok. “Je moet je ervan bewust zijn dat een film en een boek twee verschillende media zijn. Het is dus logisch dat er zaken veranderen.”
Voor Bavo Defurne en Yves Verbraeken was het een ander verhaal. Zij hadden een goede klik met Tom Lanoye, maar de schrijver wilde zich toch liever afzijdig houden van de verfilming van ‘Kartonnen dozen’.
Tom Lanoye gaf zelf aan dat hij zich in het verleden te veel met filmscenario’s had bemoeid en dus wilde hij ditmaal voldoende afstand nemen. Dat is als regisseur natuurlijk een cadeau.
Een literaire adaptatie vergt heel wat ingrijpende beslissingen rond schrappen, samenvoegen en herwerken. Over de aanpassingen bij ‘The Age of Magic’ geeft Peter toe dat de lijst lang is. “‘The Age of Magic’ is eigenlijk een onverfilmbaar boek, want het heeft geen duidelijke plot en zit vol filosofische ideeën. Onze bedoeling was vooral om een bepaalde sfeer te creëren. Zo vertelt een personage bijvoorbeeld een korte anekdote over de duivel. Die hebben we uitvergroot en nu is de duivel een rode draad doorheen het hele verhaal.”
Voor Yves en Bavo was de belangrijkste aanpassing de actualisering. ‘Kartonnen dozen’ speelt zich af in de jaren ‘70, maar de film moest toch hedendaags aanvoelen. Daniel Lambo maakte met zijn verfilming van ‘Dievenschool’ een andere beweging. De boekenreeks van Dirk Nielandt richt zich vooral op een jong publiek. “Je moet als regisseur prioriteiten stellen. In het boek komen veel volwassenen aan bod, maar in de film hebben we ervoor gekozen om hen niet allemaal in beeld te brengen. Kinderen kijken nu eenmaal liever naar kinderen. Je moet dus kiezen voor wat goed werkt voor de film, ook al doet dat misschien soms wat afbreuk aan het boek.”
Toch benadrukt Peter dat niet elke vorm van adaptatie voor elk boek werkt. Zo voegde hij twee personages samen omdat ze met dezelfde existentiële crisis kampten, maar was spelen met de tijdgeest dan weer veel moeilijker. “
Hoe meer ik eraan sleutelde, hoe harder ik de oorspronkelijke sfeer van het boek teniet deed. Ik vind het als regisseur toch ook belangrijk om trouw te blijven aan de ziel van het boek.
Ondertussen is het duidelijk dat een filmscenario op verschillende vlakken kan afwijken van het boek waarop het gebaseerd is. Toch benadrukken Bavo en Yves dat teruggrijpen naar een boek tijdens het schrijfproces zeker niet abnormaal is.
Een groot struikelblok binnen de filmindustrie is de traagheid van filmfinanciering. Dat lange proces creëert veel tijd tussen het lezen van het boek en het schrijven van het scenario. In eerste instantie kun je dan als schrijver afgaan op wat je is bijgebleven uit je eerste lezing, maar later is het onvermijdelijk om het boek terug bij de hand te nemen om het scenario bij te schaven.
Op de vraag of acteurs het boek moeten lezen, antwoordt Yves wat twijfelachtig. Hij is geen voorstander van deze methode, omdat ze getuigt van weinig vertrouwen in de scenaristen. Peter deelt die mening: “De acteurs mogen het boek uiteraard lezen, maar het kan wel leiden tot verwarring.” Daniel bevindt zich aan de andere kant van het spectrum en benadrukt dat de acteurs pas in het boek de innerlijke monologen van hun personage tot in detail kunnen doorgronden. Volgens hem kunnen ze op die manier pas echt een authentieke rol spelen.
Op de vraag of een boekverfilming moeilijker te financieren is dan een gewone film, is het panel het unaniem eens dat het toch op z’n minst even uitdagend is. Peter had het vinden van financiering voor ‘The Age of Magic’ aanvankelijk onderschat: “Ben Okri is een grote naam in de literaire wereld en hij heeft onder meer de Booker Prize gewonnen. In de filmwereld speelde die faam echter geen rol, want het boek is heel intellectueel geschreven. Als het moeilijker leest, is het volgens mij ook moeilijker om er financiering voor te vinden.”.
Scenaristen moeten dus kunnen omgaan met afwijzingen, maar Daniel steekt zijn collega's een hart onder de riem. “De financiering van een film is een lang proces, maar het belangrijkste is om te blijven doorgaan. Ook na een tegenslag of lastige dag: ga terug zitten voor dat witte blad en blijf vooral schrijven.”