- nl
- en
Op de slotdag van Filmfestival Oostende schittert de hele audiovisuele sector op het Gala van De Ensors. Daarnaast maakt FFO die dag ook plaats voor een moment van verdieping en reflectie tijdens het Debat van De Ensors.
Onder begeleiding van moderator Francesca Vanthielen schuiven Karla Puttemans (directeur-intendant van het VAF), Bart De Groote (CEO van Streamz), Wim Janssen (hoofd drama bij VRT), Frank Van Passel (regisseur van o.a. ‘Radioman’) en Jan De Clercq (mede-eigenaar van Lumière) vandaag aan tafel. Het gesprek verloopt volgens drie afgebakende thema’s (publiek, content en financiering), waarbinnen de sprekers telkens een stelling naar voren schuiven.
Jan De Clercq van Lumière steekt van wal met een eerste stelling over de rol van het publiek binnen de Vlaamse filmsector: "Het publiek is nooit het zwarte schaap.”.
Als vertoner, maker, distributeur of producent probeer je altijd een publiek te zoeken, liefst op een zo efficiënt mogelijke manier. Maar soms gebeurt het dat een publiek gewoon niet de moeite wil doen om een film te gaan bekijken. In feite doet het er niet toe of een film nu goed of slecht is, maar wel of het publiek de film wil gaan zien of niet.
Karla Puttemans van het VAF geeft toe dat de gouden tijden van de Vlaamse film misschien wel achter ons liggen. Toch wil ze positief blijven: “Vlaanderen bruist van het talent en er staan veel mooie titels klaar voor release in 2026, al blijft het compleet onvoorspelbaar hoe het publiek erop zal reageren.”. Jan pikt daarop in door te verwijzen naar de beperkte middelen voor publieksinversteringen. “Als er grote promotiecampagnes worden gelanceerd - zoals bij ‘Milano’ of ‘J’aime la vie’ - werpen die vaak hun vruchten af. Maar zoals steeds gaat het om geld, of net het gebrek daaraan.”.
Regisseur Frank Van Passel volgt
Vroeger was er meer te doen rond de release van films; er werden grote events georganiseerd en de pers schreef erover. Nu heeft een kwaliteitskrant als De Morgen aangegeven dat ze geen recensies meer brengt en komt De Standaard zelfs niet langer naar persvisies. Hoe kunnen we dan vol trots naar onze sector blijven kijken?
Ook Wim Janssen van VRT ziet deze beweging. Hij bevestigt dat we in Vlaanderen een zeker chauvinisme missen, en dat we beter zouden moeten beseffen dat we hier verwend zijn op vlak van kwaliteit.
Als tweede neemt regisseur Frank Van Passel plaats achter de katheder. Zijn stelling luidt: “Tijd voor een publieksproject.”. Zijn meest recente film ‘Radioman’ speelt nu in de zalen, maar hij ziet een opvallende trend: “Op ‘Zillion’ na is er de laatste jaren geen grote Vlaamse succesfilm geweest met meer dan 500.000 bezoekers. Paradoxaal genoeg doen onze Vlaamse films het in de rest van de wereld wel erg goed. Het publiek is versnipperd, net als het aanbod trouwens. Hoe kunnen wij als sector nog relevant blijven?”, vraagt hij zich luidop af. Frank onderlijnt dat de overheidsmiddelen voor de creatie van fictie sinds 2011 zijn gedaald, maar dat de verwachtingen wel blijven stijgen.
Deze situatie is structureel onhoudbaar geworden, zowel voor het VAF als voor de hele filmsector. Naar mijn aanvoelen zijn we het noorden kwijt en hebben we dringend nood aan een fundamentele reset. Mijn voorstel is om dat te doen in de vorm van een publiekspact. We moeten de link herstellen tussen de droom van de maker en de verwachtingen van het publiek.
Afsluitend benadrukt hij dat zo’n visie verder reikt dan politieke mandaten van vijf jaar. De sector moet niet gewoon investeren in projecten, maar in makers op langere termijn. Hij noemt deze crisis structureel, maar tegelijk ook een opportuniteit en verwijst naar onze collega’s in Denemarken Met dezelfde middelen hebben zij toch radicale keuzes gemaakt en staan ze veel verder dan wij.
Het tweede deel van het Debat van de Ensors spitst zich toe op de content. Wim Janssen mag de spits afbijten met zijn stelling: “Het probleem is niet Netflix of TikTok maar dat we te weinig uitgaan van onze eigen kracht.”. Als hoofd drama bij VRT bevindt Wim zich in de vuurlinie; hij ziet vanop de eerste rij dat er steeds minder televisie gekeken wordt.
Na corona zijn Vlamingen steeds meer beginnen consumeren, maar de televisiemerken staan onder druk. Klassieke lineaire TV wordt vandaag gecompenseerd met een groot aanbod van streamers, maar ook met Youtube of TikTok. Er is sprake van een enorme versplintering en daar hebben we de afgelopen jaren niet voldoende aandacht aan besteed. De grote Amerikaanse reuzen hebben hun intrede gemaakt in onze woonkamers, en wij zijn niet mee op de kar gesprongen.
Afsluitend stelt Wim zich de vraag hoe we als sector ons ecosysteem kunnen beschermen en ervoor zorgen dat het publiek de weg naar onze content vindt.
Karla Puttemans vervolledigt dit luik met haar stelling “Feel good? Feel bad? Feel different!”. Ze verwijst naar een artikel uit De Standaard dat zich de vraag stelt of de Vlaamse film niet wat luider en sensationeler zou moeten zijn, maar benadrukt dat we voor onze inhoud niet enkel mogen kijken naar wat het publiek wil zien. Volgens haar moet het VAF blijven inzetten op een breed aanbod voor iedereen.
Filmmaker, laat originaliteit je kompas zijn. Stel je de vraag of jouw verhaal authentiek is en of het potentieel heeft om jouw publiek te verrassen en ontroeren. Wees uniek, be different.
De panelleden willen toch een kritische kanttekening maken bij deze stelling. Bart De Groote vertelt dat ze bij Streamz vaak de publiekslievelingen nodig hebben om op safe te spelen. Pas dan kunnen ze ook ruimte geven aan meer gedurfde of artistieke projecten, want die zijn bijna altijd verlieslatend. Ook Wim van VRT knikt bevestigend. “Door op zondagavond een publiekslieveling als ‘Chantal’ te programmeren, creëren we zekerheid en ruimte om ook een plek te geven aan een innovatieve reeks als ‘This Is Not A Murder Mystery’. De combinatie is belangrijk en vertrouwde content zet de geest van de kijker open voor een nieuw avontuur.”.
Niet enkel de inhoud, maar ook de vorm waarin iets wordt gebracht, kan een bepalende factor zijn voor het succes van een serie of film. Al speelt de tijdgeest volgens het panel natuurlijk ook een allesbepalende rol.
Het laatste deel van het debat gaat onvermijdelijk over financiering. Bart De Groote van Streamz maakt het stil in de zaal met zijn stelling dat “Tegen 2030 een artistieke fictieserie zoals ‘Putain’ niet meer gefinancierd kan worden”. Daarmee wil hij geen kritiek uiten op producenten of makers, maar een alarmsignaal uitsturen naar de overheid en het beleid.
‘Putain’ was het meest succesvolle artistieke project bij Streamz tot nu toe. De reeks werd geprezen in de pers en bracht een commercieel succes in de vorm van heel wat nieuwe abonnees. Maar als we uitrekenen hoeveel we er aan het einde van de rit aan overhouden, komen we uit op min 950.000 euro. De zenders hebben artistieke fictie al lang opgegeven wegens onbetaalbaar, en ook voor ons is dit een groot verlies. Maar als wij het niet meer doen, wie dan wel?
Fictieprojecten kunnen weliswaar steun krijgen bij het VAF, maar slechts voor een deel. Ook de commerciële zenders bloeden en zien hun advertentie-inkomsten slinken. Het is volgens de panelleden hoog tijd dat de Vlaamse overheid de artistieke audiovisuele sector in ere herstelt. Volgens Bart is er daarnaast nood aan meer internationale samenwerkingen met gelaagde distributiemodellen. “Dat zou een nieuw ecosysteem kunnen creëren met nieuwe inkomsten, ook van buiten Vlaanderen.”. Wim Janssen sluit af met de hoopgevende woorden: "Een creatieve sector begint bij een bloeiende sector, en het is gelukkig nog niet te laat.”.
Aan het einde van het debat mag documentairemaakster Zaïde Bil haar bedenkingen delen. Haar film ‘Parasisi’ ging deze week in avant-première op FFO. Ze doet een warme oproep om alert te blijven en creatieve makers het vertrouwen te geven.
Niemand kan inschatten of iets een succes wordt, maar falen is wel onderdeel van groei. Toon lef en geef ons de ruimte voor trial & error, zodat we films kunnen blijven maken die verrassen en ontroeren.
Tot slot wordt de allereerste Ensor van de dag uitgereikt aan de meest beloftevolle maker. Wim Van Severen is voorzitter van de Ensor Academie en overhandigt de prijs aan Cato Kusters, regisseur van ‘Julian’.
“Cato manifesteert zich als een uitzonderlijk sterke nieuwe stem, met een opmerkelijke artistieke maturiteit en een uitgesproken persoonlijke visie. Omwille van haar artistieke durf en vertelkracht is zij dit jaar de terechte en veelbelovende winnaar.”
De andere prijzen worden ‘s avonds uitgereikt tijdens het Gala van de Ensors.