VAF & Departement CJM reflecteren over alternatieve vormen van filmfinanciering

Het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en het departement Cultuur, Jeugd en Media (CJM) nodigden op zaterdag 7 februari alle audiovisuele professionals uit voor het jaarlijks sectormoment in de Grote Post. Het industry event stond tijdens FFO in teken van financiering, en de internationale kansen voor de sector.

Na een welkomstwoord door “FFO-Godfather” Peter Craeymeersch en Bart Temmerman, secretaris-generaal van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, vraagt filmjournalist Lieven Trio een eerste spreker op het podium. Samen met Karla Puttemans, directeur-intendant van het VAF, blikt hij vooruit op het volgende filmjaar.

Wat brengt 2026 voor de Vlaamse Film?

Karla Puttemans staat aan het begin van het nieuwe jaar te popelen om ook in 2026 de handen uit de mouwen te steken voor de hele sector. Het team van het Vlaams Audiovisueel Fonds zoekt volop naar mogelijkheden om de best mogelijke ondersteuning te bieden aan creatieve makers. “Wij staan midden in het gewoel en proberen rust te brengen en vooruit te kijken.”, benadrukt Karla. Bij de onderhandelingen van de beheersovereenkomst wist het VAF al snel dat er bespaard zou moeten worden wegens het grote gat in de Vlaamse begroting. Voldoende financiering vinden, blijft dus de grootste uitdaging. Door een flexibel kader op te stellen en stabiliteit in de sector te creëren, hoopt het VAF op een duurzame manier in te spelen op de snel veranderende audiovisuele context.

Hopelijk wordt 2026 minder een ploeterjaar, al blijven de uitdagingen immens. We moeten dynamisch blijven en we mogen ons niet laten verlammen. Het VAF blijft focussen op wat wel goed gaat, zoals de straffe releases van Vlaamse films die dit jaar op de planning staan, de vele sterke vrouwen in de sector en het buitenlandse aanzien van ons werk.

Europese financiering in beweging

Nele Sels en Jef Vyncke zijn beleidsmedewerkers van het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Zij geven een overzicht van de Europese financieringsmogelijkheden voor creatieve makers binnen de audiovisuele sector. Daarbij is Creative Europe het grootste subsidieprogramma van de EU. “Er zijn regelmatig projectoproepen en Vlaamse organisaties scoren hier over het algemeen goed op. 1 op 2 projecten die een aanvraag indienen, haalt effectief financiering binnen. Toch zijn er punten waar we nog op kunnen inzetten, bijvoorbeeld de toegankelijkheid vergroten, de kennisdeling versterken en strategisch leiderschap.”, aldus Jef Vyncke.

Vanaf 2028 wordt Creative Europe ingekanteld in een nieuw programma: AgoraEU. Daardoor zal er gewerkt kunnen worden met grotere budgetten, maar die moeten wel gedeeld worden binnen een bredere scope. De slaagkansen voor makers zullen dus dalen.

Daarnaast is er ook nog Eurimages, het coproductiefonds van de raad van Europa. “Dit fonds werd opgericht vanuit de overtuiging dat audiovisuele producties kunnen bijdragen aan een versterking van de democratie en een Europese samenhang.”, vertelt Nele. Het grootste deel van de pot gaat naar ondersteuning van de producties, maar ook voor een stukje naar promotie. Sinds 2023 is er ook een pilootprogramma voor het ondersteunen van serieproducties. Dat loopt tot 2027 en nadien wordt er gekeken naar structurele inkanteling in Eurimages. De reeks ‘This Is Not A Murder Mystery’ werd deels vanuit dit project gefinancierd.

Om af te sluiten raadt Nele aan om een zo sterk mogelijk dossier te schrijven met een heldere marktlogica en goede partnerschappen. “Ook een inclusief team kan ervoor zorgen dat je een stapje voor hebt, en dat doen we in Vlaanderen tot nu toe erg goed.”.

Alternatieve financiering

Juliane Schulze is “strategic creative economy expert in business, finance, investment & sustainability”. Wegens een sneeuwstorm zit ze vast in Berlijn, en dus nam ze thuis haar keynote op over verschillende vormen van alternatieve financiering binnen de audiovisuele sector.

Net als velen in het filmvak lag Julianes focus eerst op publieke financiering, maar gaandeweg begon het haar te dagen dat er ook andere mogelijkheden bestonden. Wat haar meteen opviel, was dat filmproducties weinig beroep doen op privéfondsen, in tegenstelling tot vele andere sectoren. “Privé-investeringen kunnen nochtans van groot belang zijn in het productieproces van een film.”, zegt ze overtuigd. Als voorbeeld haalt ze de case van een Brits productiehuis aan, dat een film maakte over het getto in Warschau. “De makers hebben verschillende Poolse zakenmensen in Londen aangeschreven. Plots kregen ze antwoord van een man die schreef dat hun film het verhaal van zijn grootvader verbeeldde. Hij steunde het project financieel, maar organiseerde ook een screening waarop hij zijn Poolse netwerk in Londen  uitnodigde en moedigde zijn partners op hun beurt aan om ook te doneren. Zo ging de bal aan het rollen.”.

Uiteraard bestaan er ook nog andere financieringsvormen, zoals sponsors of product placement. Ook crowdfunding, patronage of werken rond een fanbase kan verrassende resultaten opleveren. “Daarbij is het belangrijk om de demografie van je publiek goed te kennen en met je partners duidelijke afspraken te maken over de return on investment.”.

Juliane sluit haar keynote af met een heldere conclusie:

Het is belangrijk om een duidelijke strategie te hebben en je publiek goed te kennen. Doe voldoende research om de juiste partners te vinden en investeer tijd in het opbouwen van een persoonlijke band met hen. Leg uit wat er met hun geld zou kunnen gebeuren en hou hen ook betrokken en geïnformeerd doorheen het hele proces.

Samenwerking rond coproductie

Na een korte presentatie door Yannick Roman, zakelijk leider van het VAF, over de  financiering van VAF-gesteunde producties anno 2022-2026, nodigt Lieven Trio vijf professionals uit voor een nagesprek. Kristoffel Mertens (verantwoordelijke voor fictie bij Panenka), Hanne Phlypo (producent en mede-oprichten Clin d'Oeil), Tom van Gestel (CEO Fabrique Fantastique), Katrien Maes (coördinator van Screen Flanders) en Cassandra Han (casting director) zullen het hebben over internationale financiering en coproducties.

Katrien begint met een nabeschouwing over de keynote van Juliane Schulze.

Ik vermoed dat de creatieve manieren van financiering heel wat makers hebben kunnen inspireren, maar ik hoop wel dat authenticiteit kan blijven bestaan. Een partnership moet jouw storytelling ondersteunen, en niet vice versa.

Dat de budgetten vanuit Vlaanderen en de openbare omroep te laag zijn, kwam vandaag al meerdere malen aan bod. Internationale coproducties - soms zelfs met vijf landen of meer - zijn een mogelijke oplossing. “Maar communicatie blijft key”, benadrukt Kristoffel, “want met hoe meer je rond een tafel zit, hoe moeilijker dat wordt.”.

Hanne Phlypo voelt zich een beetje de vreemde eend in de bijt. Zij wil graag benadrukken hoe belangrijk de steun van publieke omroepen is bij documentaires. “Publieke omroepen en kritische journalisten zien hun budgetten slinken, en dat is voor documentairemakers heel slecht nieuws. En dan hebben we het nog niet eens gehad over promotie, of het gebrek daaraan.”.

Naast samenwerking en promotie vindt Cassandra het opmerkelijk dat er nog niet is gesproken over het belang van casting om geld binnen te halen. “Ervaring leert me dat veel investeerders te overtuigen zijn als er een specifieke naam meespeelt in de film. Als ik ze een lunch met die ene acteur beloof, zijn ze gegarandeerd aan boord.”.

Tot slot verwijst Tom graag naar het Patreon-gegeven, waarbij de fanbase op voorhand warm gemaakt wordt voor het nieuwe project en mee kan investeren. Ook voor games en animatie kan dit een interessante piste zijn.

De conclusie van het panel is dat de verschillende pistes van financiering interessant zijn en dat elke maker de ruimte moet nemen om ze te onderzoeken, al vergt dit proces ook veel van de creativiteit en tijd.

Afsluitend neemt Vlaams minister van Brussel en Media Cieltje Van Achter het woord. Ze benadrukt dat ze met haar beleid haar best doet om de sector te ondersteunen. “Met de Vlaamse overheid hebben we bijkomende middelen gegeven aan VRT en gezorgd voor extra flexibiliteit op vlak van advertenties.”. De accenten moeten in de toekomst meer komen te liggen op samenwerking met de sector, Vlamingen bereiken met kwaliteit, en kwaliteitsvolle programma’s maken voor jongeren. De minister is kritisch tegenover de buitenlandse reuzen die onze markt veroveren.

Bedrijven als TikTok of Facebook moeten mee betalen en bijdragen aan het VAF. Wie mee profiteert van onze kijkers, moet ook mee investeren in wat er gemaakt wordt.

De minister sluit af met een warme oproep: “We hebben een sterke Vlaamse audiovisuele sector. We mogen trots zijn op onze talenten en dus is het een zaak om ze te behouden en zelf sterker te maken. Jullie hebben in mij een partner om deze sector te steunen. Goede ideeën mag je altijd laten weten aan het kabinet. Samen staan we sterk.”

Redactie
Hannelore Gheldof