- nl
- en
Sabam en de Belgian Music Publishers Association organiseerden tijdens FFO een panelgesprek over de rol van muziek in audiovisuele producties. Tijdens deze Sync’ dag nemen zes professionals het woord; Mounir Hathout van Sonhouse, regisseurs Wim Geudens van ‘De big fuck-up’ en Kato De Boeck & Flo Van Deuren van ‘Roomies’, Sync manager bij Sony Hans Schlatmann en Deben Van Dam van 'Putain'.
De Score Stories van drie Vlaamse reeksen, ‘De big fuck-up’’, ‘Roomies’ en ‘Putain’, staan vandaag centraal. Hoe kozen de makers de muziek? En welke uitdagingen heeft dat met zich meegebracht? Deze drie succesverhalen kenden elk een andere werkwijze, maar hadden eenzelfde doel voor ogen waarbij muziek en beeld elkaar moesten vinden, en versterken.
“‘De big fuck-up’ speelt zich af in de jaren ’80, dus ook de muziek moest een vertaling zijn van die tijdgeest.", vertelt Wim. “We wilden graag werken met muziek van het Eurovisiesongfestival, maar dat bleek in de praktijk onmogelijk. Om die reden hebben we zelf nummers laten maken binnen eenzelfde sfeer, alsof ze in de jaren ’80 ooit op Eurovisie hadden gestaan. Je zou dus kunnen zeggen dat we hebben gekozen voor Edith Piaff van den Aldi.”, lacht hij. Mounir vult aan dat hij inderdaad een lijst kreeg met nummers die onbetaalbaar waren. “We zijn dan samen op zoek gegaan naar alternatieve songs en dat heeft gelukkig wel goed gewerkt. Lennert Coorevits van Compact Disk Dummies werd ook betrokken om nog wat scores te maken die voortbouwden op de songs die we zelf voor ogen hadden.”.
Een project als ‘Roomies’ begon vanuit eenzelfde problematiek; de muziek bleek onbetaalbaar. Zo kwam Mounir op het idee om helemaal anders te werk te gaan. “We zijn op zoek gegaan naar artiesten die echt pasten bij de reeks, bijvoorbeeld female en non-binair voor het eerste seizoen. We hebben lijsten opgemaakt van namen die we interessant vonden en kwamen elkaar dan tegemoet. Zo gebruikten we bestaande muziek van hen, maar tegelijk creëerden ze voor ons ook iets nieuws.”. Die wisselwerking met 16 artiesten op de soundtrack van twee seizoenen ‘Roomies’ leverde ondertussen ook een plaat op.
Voor de reeks ‘Putain’ begon de zoektocht naar muziek vanuit het idee dat er sowieso een plaat zou komen, onder leiding van Zwangere Guy. “Voordat we begonnen met draaien, hadden we al een hele hoop artiesten verzameld.”, vertelt Deben. “Er was dus al veel muziek voorhanden, maar we wisten nog niet goed wat en waar we alles precies zouden gebruiken.
De plaat heeft de reeks geïnspireerd, maar ook andersom. Eigenlijk hadden we een grote speelbak om uit te putten en dat gaf veel vrijheid en ruimte om te experimenteren.
Deze drie projecten hebben dus niet op een klassieke manier gewerkt, maar dat maakt ze net interessant. Hans benadrukt dat zij bij Sony gaandeweg aan boord komen en mee navigeren naar wat haalbaar is. Daarnaast doen ze ook voorstellen van wat bij een bepaald project zou passen, en zorgen ze voor extra visibiliteit van opkomend talent. “Iedereen is trouwens welkom om ons vrijblijvend te contacteren of om nieuwe muziek op onze radar te zetten.”, vult hij aan. Het panel concludeert dat we geluk hebben om in een land als België te kunnen werken, waar enorm veel muzikaal talent aanwezig is. Dat geeft veel mogelijkheden en ruimte voor experiment en kwaliteit.
Kato en Flo vertellen dat ze bij het eerste seizoen van ‘Roomies’ een totaal onmogelijke muzieklijst hadden opgesteld, met onder andere een nummer van Angèle. “Achteraf zijn we blij dat het onbetaalbaar was omdat we anders nooit tot ons idee waren gekomen om acht artiesten te vragen om een nummer voor de reeks te maken.”, vertelt Kato.
Flo geeft toe dat ze bij seizoen 1 misschien wel te veel droomden. “Bij seizoen 2 waren we veel nuchterder”, geeft ze toe. Al is het ook belangrijk om de hoop niet meteen te laten varen. “Soms lukt het gewoon wel, of merk je dat artiesten een samenwerking zelf ook willen. We geven hen alle vrijheid om iets te maken in hun eigen stijl. Het helpt trouwens ook dat ze hun nummers kunnen uitbrengen onder hun eigen naam.”.
Hoe het dan is afgelopen met Angèle? “We hebben haar een brief gestuurd, maar helaas nooit een antwoord gekregen”, lacht Kato. “Maar het was een goede les, want eigenlijk heb je helemaal geen grote namen nodig om een nummer te vinden dat echt werkt. We hebben - bij wijze van afscheid - dat nummer van Angèle toch even in montage gebruikt en wat bleek? Het paste totaal niet.
Als regisseur droom je van de ideale muziek voor je project, en uiteindelijk doet het er maar weinig toe wie het nummer eigenlijk heeft gemaakt.
De reeks ‘Roomies’ bevat weinig muziek, en dat is omdat de makers vooral inzetten op de dialogen in het scenario. “Het idee dat muziek de kijker moet sturen, daar zijn we het niet helemaal mee eens. We schrijven zodat de kijker het zelf wel snapt, en dan gewoon kan landen in een stukje muziek. We willen niet dat de muziek toont wat de kijker moet voelen of denken”, vertelt het regisseursduo. Deben volgt deze visie helemaal, en vertelt dat vooral de scènes de muziek zijn. “Het is mooier als mensen zelf iets sterks kunnen maken zonder muziek nodig te hebben. En als er dan toch muziek gebruikt wordt, dan moet het gewoon écht werken.”.
Ook Wim benadrukt dat de muziek in ‘De big fuck-up’ niet emotie-ondersteunend, maar eerder sfeerscheppend moet zijn. Daarbij geeft hij toe dat veel scènes vaak zelfs beter werken zonder muziek. Mounir gaat akkoord. “Ik ben misschien een music supervisor, maar eigenlijk noem ik mezelf soms ook een reducer. Als het niet werkt, moet het weg.”. Kill your darlings, ook al doet dat soms een beetje pijn.